Verdroging is al tientallen jaren een probleem

Gevolgen van drie droge zomers op rij steeds zichtbaarder

Door Bernhard Harfsterkamp

WINTERSWIJK – De trend van de laatste maanden zet zich in september voort. De zon schijnt vaak en het regent weinig. Op de kaart van het KNMI met het neerslagtekort in de periode april tot 19 september is de omgeving van Winterswijk zeer donker gekleurd. Het tekort aan regen is al meer dan 300 millimeter. De gevolgen voor de landbouw en natuur en landschap zijn steeds groter.



Kwel en regenwater voeden de beken Droge jaren met regen zijn er altijd geweest. Veel Winterswijkers herinneren zich nog 1976 toen het ontzettend warm was en vele beken droog stonden. De beken krijgen op twee manieren water: via kwel vanuit de ondergrond en door de regen. Die kwelzones komen niet in alle beekbeddingen voor, zodat er elk jaar altijd wel beken waren die als het een tijd niet regende droogvielen. De grootste Winterswjkse beek, de Boven-Slinge, heeft na 1976 nooit meer droog gestaan. Tot aan 2018. Daarna volgden nog twee jaren, waarin de beek vanaf de Misterweg tot ver in buurgemeente Aalten maandenlang grotendeels droog stond. De Boven-Slinge ontspringt bij Südlohn en wordt in Kotten en ’t Woold op diverse plekken door kwel gevoed. Daarom blijft er tot na de Bekendelle water door stromen, al zie je ook in dat beekbos tijdens de droogteperioden wel een deel van de bedding droogvallen.

Vissen en insecten Ook beken als de Ratumse Beek en de Willinkbeek worden deels door kwel gevoed. De Willinkbeek heeft dan ook nog het geluk dat water uit de Steengroeve er in gepompt wordt. Zonder dat pompen zouden de groeves langzaam vol lopen. Toch zijn de beddingen van deze beek in deze en de vorige zomers gedeeltelijk droog gevallen. De nog veel kleinere beken staan in de laatste drie jaar zelfs helemaal droog. Dit heeft grote nadelen voor de vissen en insecten die in de beken leven. Een zeldzame soort als de beekprik zou daardoor kunnen verdwijnen. Na de eerste droge zomer bleek die er nog te zijn, mede omdat het Waterschap Rijn en IJssel grondwater in de Ratumse Beek heeft gepompt. Hoe het twee droge jaren later is, is nog onduidelijk. In de natte beekbedding leven ook de larven van zeldzame libellen. Hun voortbestaan wordt eveneens bedreigd.

Ook bossen worden getroffen Voor de soorten van de hoogvenen, natte heiden en vennen is de aanhoudende droogte een ernstige bedreiging. Natuurmonumenten vreest dat daarvoor zeldzame soorten planten en dieren definitief zullen verdwijnen. Maar het is niet alleen in de 'natte' natuur, waarin de gevolgen van het gebrek aan neerslag is te zien. Bomen in bossen en langs wegen hebben ernstig te lijden en sterven zelfs. Niet elke soort is even gevoelig voor droogte, maar aan soorten als de beuk die oppervlakkig wortelen zijn de gevolgen goed zichtbaar. Sparren zijn door de droogte extra gevoelig geworden voor het kevertje de letterzetter, die ze nu de doodsteek geeft. Bossen waarin veel sparren domineren zijn er in de omgeving van Winterswijk weinig. Daardoor zijn er hier geen bossen, zoals bijvoorbeeld in Duitsland, die grotendeels dood zijn. Zelfs bloemrijke weilanden en bermen worden getroffen. Er lijken nog wel redelijk veel planten te bloeien, maar door het watergebrek is de nectarvorming veel geringer. Dat is vooral nadelig voor de vele insecten, die ervan afhankelijk zijn. Voor de insectenliefhebbers was 2020 een slecht jaar.

Meer dan 30 jaar Dat er in de zomer een neerslagtekort ontstaat, waardoor het peil van het grondwater daalt, is niet ongewoon. Vaak kon het tekort in de winter worden aangevuld, maar dat gebeurt de laatste jaren niet meer. Er lijkt sprake van een trendbreuk. Er was een tendens dat er in een jaar gemiddeld genomen steeds meer regen viel in Nederland. Ook zomers kenden stortbuien en werden natter. De laatste drie jaar is alleen maar sprake van droger worden. Die droogte heeft eveneens gevolgen voor de landbouw. In 'normale' jaren kon er vijf keer en soms zelfs vaker gras gemaaid worden, dat daarna werd ingekuild. De laatste jaren is dat hooguit drie keer. Gevolg is dat de boeren extra voer moeten bijkopen. Verdroging van natuur en landbouwgronden is al decennia lang gaande. In de jaren 80 van de vorige eeuw toen minister Ed Nijpels met een Milieubeleidsplan en een Natuurbeleidsplan kwam was er sprake van de drie V’s: verzuring, vermesting en verdroging. Soms werd er een vierde V aan toegevoegd, de versnippering van het landschap.

Oplossing al lang bekend Praten over verdroging heeft nog niet tot grote veranderingen geleid. Het regenwater wordt nog steeds te snel afgevoerd, omdat regenwater dat op landbouwgronden terecht komt via het stelsel van drainageleidingen en sloten snel naar de beken wordt afgevoerd. Ga tijdens een stevige regenbui bij een van de beken staan en dan kan geconstateerd worden dat de hoeveelheid water in korte tijd toeneemt. Die goede ontwatering van het buitengebied is tot stand gekomen, zodat de landbouw minder last had van akkers en weilanden, die zeker aan het eind van de winter te nat waren. Maar ook in de zomer wanneer zelfs de landbouw het water langer vast zou willen houden verdwijnt de regen te snel in de richting van de IJssel. De oplossing is al 30 jaar bekend: het water langer vasthouden in het gebied. Het is niet zo dat er in 30 jaar helemaal niets is gedaan. Er zijn retentievijvers- en bekkens aangelegd. Er zijn veel meer poelen bijgekomen. De bufferzones van de hoogvenen zijn vernat. In de venen zelf zijn maatregelen genomen om verdroging tegen te gaan. Door natuurontwikkeling langs beken blijft het water langer in het stroomgebied. Het is nog niet genoeg. Het is niet voor niets dat Hein Pieper, de watergraaf van het Waterschap Rijn en IJssel onlangs de noodklok luidde. Hopelijk leidt dat samen met alle betrokkenen tot een fundamentele aanpak en kan er op het niveau van stroomgebieden gezorgd worden dat het water echt veel langer wordt vastgehouden. Langdurige neerslagtekorten zullen daardoor niet verdwijnen, maar het buitengebied kan wel langer 'nat' blijven.

10 views0 comments