NRC: Wéér is het te droog. Wat gaan we eraan doen? Marcel aan de Brugh

Author: Marcel aan de Brugh


WaterbeheerDe extreme droogte van 2018 heeft Nederland wakker geschud. Ook nu is het extreem droog. Onze omgang met water moet op de schop.


Droogte, dat was iets van ver weg. Het hoorde bij de Sahara, misschien bij Zuid-Europa. Dat Nederland,net als Duitsland en België, voor het derde jaar op rij getroffen wordt door uitzonderlijke droogte, is schrikken. „In ons collectief geheugen zit vooral het gevaar voor overstromingen”, zegt Harold van Waveren, voorzitter van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling, die advies uitbrengt aan Rijkswaterstaat en de waterschappen over de verdeling van zoet water als er tekorten zijn. De extreme droogte van 2018 heeft allerlei partijen wakker geschud. Ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven. Zij verenigden zich in de Beleidstafel Droogte en die publiceerde afgelopen december een rapport met 46 aanbevelingen om Nederland beter te wapenen tegen komende droogtes. De aanbevelingen worden nu binnen het Deltaprogramma uitgewerkt.

Kern van het probleem is dat Nederland na de Tweede Wereldoorlog is ingericht om water zo snel mogelijk af te voeren naar zee. Akkers werden gedraineerd, rivieren gekanaliseerd. Dat moet anders, zeggen alle negen deskundigen met wie voor dit artikel is gesproken. We moeten water langer vasthouden en meer opslaan, en we moeten er zuiniger mee omspringen.

Maar wat is droogte eigenlijk? Zal het in de toekomst vaker voorkomen? Hoe schadelijk is het precies? En wat is er tegen te doen? Een stuk in vier vragen.

1 Wat is droogte?

Bij droogte denken veel mensen aan het uitblijven van regen. Maar droogte heeft meerdere componenten, zegt klimaatwetenschapper Karin van der Wiel van het KNMI. „Ook verdamping telt mee”, zegt ze. Doordat de aarde opwarmt, verdampt er meer water uit de bodem, en kan die bodem sneller opdrogen. Hoe snel dat gaat hangt mede af van de hoeveelheid neerslag die valt. In Nederland is de gemiddelde hoeveelheid neerslag die in een jaar valt tussen 1910 en 2013 gestegen met ruim een kwart, schreef het KNMI in haar laatste klimaatscenario’s. Nederland is dus, over het hele jaar gezien, natter geworden. Dat komt deels, legt het KNMI uit, door de opwarming van het klimaat. Warmere lucht kan meer waterdamp bevatten. „Alle seizoenen zijn gemiddeld natter geworden, de zomers in mindere mate dan de winters”, zegt Van der Wiel. Maar het zomergemiddelde, met 224 mm aan regen, verbergt wel een grote spreiding. Van jaar tot jaar kan het 113 mm hoger of lager uitvallen.

Dat is de lucht – KNMI spreekt over meteorologische droogte. Er is ook nog de droogte van de bodem, de hydrologische droogte. Afhankelijk van verdamping en neerslag droogt de bodem in. De grondwaterstand daalt. Juist dat zorgt voor veel schade. En een lage grondwaterstand werkt ook weer door, er stroomt minder water af naar beken, sloten en rivieren. De rivierafvoer in Nederland is voor een groot deel afhankelijk van de bovenstroomse aanvoer uit Duitsland, Zwitserland, België en Frankrijk.

Een lage grondwaterstand valt in het laaggelegen deel van Nederland – grofweg de westelijke helft, met uitzondering van Zeeland – te compenseren door meer water vanuit de grote rivieren (als de aanvoer voldoende is) naar de haarvaten van het watersysteem te dirigeren, via sluizen, pompen, stuwen. Op de hoger gelegen zandgronden – grofweg de oostelijke helft van Nederland – is die mogelijkheid er nauwelijks. „De grondwaterstand is daar grotendeels afhankelijk van de neerslag”, zegt geohydroloog Perry de Louw van kennisinstituut Deltares.

In 2018 en 2019 deed de droogte – meteorologisch én hydrologisch – zich in de zomer voor. In 2018 bleef eerst de neerslag uit, gevolgd door een erg lage bovenstroomse aanvoer van rivierwater. Bijna heel Nederland had last van lage grondwaterstanden. In de rivieren zelf stond zo weinig water dat ook de scheepvaart in de problemen kwam. In 2019 was het minder erg. Er was hoofdzakelijk een neerslagtekort. De problemen beperkten zich tot delen van de hogere zandgronden. Complicerende factor is dat daar bijvoorbeeld boeren, bij het uitblijven van neerslag, hun gewassen gaan beregenen en daarvoor grondwater oppompen. Dat verlaagt de grondwaterstand extra.

2020 is weer anders. Want nu begon de droogte al heel vroeg, medio maart. „Dat is uitzonderlijk”, zegt Rob Sluijter, KNMI-collega van Van der Wiel. Of de droogte doorzet tot en met de zomer, valt nog niet te voorspellen. Sluijter herinnert zich 2007. Toen was het voorjaar ook heel droog. „Tot begin mei. Toen kwam er een bak water uit de lucht vallen, en kregen we een natte zomer.” Of dat dit jaar ook zo gebeurt? Mei ziet er alvast anders uit. KNMI voorspelt tot het eind van de maand een kans van 80 procent op aanhoudend droog, vaak zonnig weer.

Dat we nu drie jaar achter elkaar te maken hebben met uitzonderlijke droogte, past dus niet in de algemene trend. „Het is natuurlijke variatie”, zegt Van der Wiel van het KNMI. De zomer van 2018 bijvoorbeeld kenmerkte zich door aanhoudende hogedrukgebieden. „Die verhinderden dat regenachtige weersystemen onze kant op kwamen.”


2 Krijgen we in de toekomst meer droogtes?

Voor de toekomst verwacht het KNMI een verdere toename van de neerslag in herfst, winter en lente. Vooral omdat bij een verder opwarmend klimaat de hoeveelheid waterdamp in de lucht stijgt. Maar over de zomer bestaat onzekerheid. Meteorologisch gezien ligt Nederland in een overgangsgebied: Scandinavië wordt natter, het mediterraan gebied droger.

Volgens sommige modelberekeningen krijgen we meer oostenwinden, Karin van der Wiel KNMI

Welke kant rolt Nederland op? „Weten we niet”, zegt Van der Wiel. Van de vier scenario’s die het KNMI heeft uitgewerkt, voorspellen er twee een „kleine toename” van de gemiddelde zomerneerslag. De andere twee voorspellen een „aanzienlijke afname”. Het hangt onder meer af van de luchtstromingspatronen boven Europa, zegt Van der Wiel. „Volgens sommige modelberekeningen krijgen we meer oostenwinden, en dan wordt het warmer en droger. Want het betekent minder wind vanaf zee. En zeelucht is koeler en vochtiger.”

3 Wat is de schade van droogte?

In haar eindrapport van afgelopen december somde de Beleidstafel Droogte de economische schadeposten voor 2018 op. De landbouw werd het zwaarst getroffen, met name door oogstverliezen, met een geschatte schade tussen 820 en 1.400 miljoen euro. Daarna volgde de scheepvaart, die minder kon vervoeren over de ondiepe rivieren. Geraamde schade: tussen de 65 en 220 miljoen euro. Ook de natuur leed schade, maar die „kon niet worden gekwantificeerd”.

Op de hoge zandgronden zagen beheerders en ecologen in 2018 en 2019 vooral schade aan natte natuurtypen die gevoed worden door grond- of oppervlaktewater, zo blijkt uit een vorige maand gepubliceerde enquête. Grote schade was er aan hoogveen, vochtige heide, beken en bronnen, zure vennen. Matige tot grote schade zagen ze in bijvoorbeeld moerassen, trilveen, vochtig hooiland. „Maar zelfs droge heide, die normaal best wat droogte kan hebben, heeft tikken gehad”, zegt Rob van Dongen van Staatsbosbeheer. Net als bossen met beuk en fijnspar – die laatste stierf in Duitsland op grote schaal.

Ook het gebouwde gebied leed schade door de extreme droogte in 2018, maar ook die is niet gekwantificeerd. Door daling van de grondwaterstand kan de bodem inklinken en kunnen gebouwen gaan zetten en scheuren. In veenweidegebieden speelt dit proces al eeuwen, door de inpoldering, maar de extreme droogte verergerde het probleem.


4 Wat is eraan te doen?

Kern is dat het Nederlandse watersysteem flexibeler moet worden. Een nattere toekomst, zeker in de winters, vraagt nog steeds om snelle waterafvoer. Maar tegelijk moet er meer van het overtollige regenwater worden vastgehouden, om periodes van droogte beter te overbruggen. Zo heeft Rijkswaterstaat vorig jaar het peilbeheer voor het IJsselmeer aangepast. In de winter ligt dat peil 40 centimeter onder NAP, zegt hydroloog Marjolein Mens van Deltares. „’s Zomers mocht dat peil worden opgehoogd met 20 centimeter, maar daar is nu nog eens 10 centimeter bijgekomen.” Het extra water in het IJsselmeer is onder meer bedoeld voor het beregenen van akkers en het nat houden van de veenweidegebieden in Noord-Holland en Friesland.

Maar vanuit het IJsselmeer is niet heel Nederland te bedienen. Voor de hogere zandgronden zul je iets anders moeten verzinnen, zegt Mens’ collega Perry de Louw. Wat her en der al gebeurt is dat boeren extra stuwtjes plaatsen in sloten om water vast te houden. Maar er is veel meer nodig. „Je kunt er ook aan denken om sloten ondieper te maken, of te dempen.” Doel is een hogere grondwaterstand. Dat helpt ook de natuurtypen die gedijen in een vochtige omgeving. Rond het beekdallandschap van de Drentsche Aa bijvoorbeeld zijn honderden kilometers aan beken en sloten gedempt.

Maar De Louw ziet ook dat het verhogen van de grondwaterstand op weerstand stuit van boeren, en die beheren de meeste sloten. Als het land te nat is kun je er minder makkelijk op met de tractor, zegt hij. „Hier botsen belangen.” Als alternatief zouden boeren op de hoge zandgronden zuiniger kunnen beregenen, via druppelirrigatie bijvoorbeeld. Of ze zouden kunnen overstappen op gewassen die minder water nodig hebben. Geen sla, broccoli of bollengewassen meer.

Wat op de hoge zandgronden ook nog kan, zegt De Louw, is dat je meer water opslaat in diepe waterhoudende lagen onder de Veluwe, de Sallandse Heuvelrug, de Loonse en Drunense Duinen. „Daar modelleren we nu aan.”

We kunnen het licht zoute grondwater ook oppompen vóórdat het opkwelt Klaasjan Raat wateronderzoeksinstituut KWR

Voor het laaggelegen westelijke deel van Nederland is de situatie anders, omdat op veel plekken water beschikbaar is via de rivieren. Polders als de Haarlemmermeer, de Noordplas, de Wieringermeer, hebben last van zoute kwel. „Dat water kan vanuit de diepte omhoog kruipen omdat het onvoldoende tegendruk krijgt van de bovenliggende laag zoet water”, zegt Klaasjan Raat van het wateronderzoeksinstituut KWR. Voor het wegspoelen van dat zoute water uit de polders is veel zoet water nodig. „We kunnen het licht zoute grondwater ook oppompen vóórdat het opkwelt. Het is namelijk prima geschikt om bijvoorbeeld drinkwater van te maken.”

Hij noemt ook de optie om extra water op te slaan in tuinbouwgebieden, in diepe watervoerende lagen. Dat gebeurt al met industrieel restwater. Sinds het najaar van 2018 stuurt de Suiker Unie vanaf zijn fabriek in Dinteloord, waar suikerbieten worden verwerkt, een deel van het restwater gezuiverd naar een waterberging. Tuinders maken er gebruik van. En zo wordt er nu ook gekeken, zegt Raat, of gezuiverd afvalwater van rioolwaterzuiveringen een tweede leven kan krijgen. „Het is zonde om het meteen weg te pompen naar de Noordzee.”


original article here https://www.nrc.nl/nieuws/2020/05/15/weer-is-het-te-droog-wat-gaan-we-eraan-doen-a3999869

1 view0 comments